#8 tot #12 Zielige liedjes en mijn snor
En 3 andere dingen die me blij maken
De week was vol en druk en zonder rust.
Al mijn werk heb ik tussendoor gedaan. Tussendoor wat? Geen idee, er was alleen maar tussendoor. Misschien had ik de week beter moeten indelen.
In het weekend las ik in het geweldige Het verdwijnen van rituelen van Byung-Chul Han. Ik kan maar een paar pagina’s per keer lezen. De gedachten van Han dwingen me om zelf na te denken. Veel zinnen raken me.
Er zijn ook zinnen die ik niet begrijp. Die lees ik dan nog een paar keer en als ik ze dan nog steeds niet begrijp, dan ga ik gewoon door. Je hoeft niet alles te begrijpen, vind ik.
Wat is me realiseerde: dingen die me blij maken is ook een ritueel. Het is een viering van het wonderlijke in het gewone. Veel van de door Han beschreven kenmerken van het ritueel komen erin terug. Het wordt herhaald (iedere maandag), er is sprake van een gemeenschap (wij allemaal) en het is nutteloos.
Rituelen maken me blij.
Dit zijn andere dingen die me blij maken.
8. Zielige liedjes
Het eerste zielige liedje dat ik mooi vond was denk ik Glory Box van Portishead. Ik was toen 13. Daarvoor luisterde ik vooral naar top40-muziek, frivool gestamp en gebeuk van bands als 2 Unlimited en zo.
Waar deze plotselinge transitie precies aan lag, weet ik niet. De overweldigende, breekbare stem van Beth Gibbons zal er zeker mee te maken hebben gehad. De knappe, sombere beats ook. En misschien is 13 zo’n beetje de leeftijd waarop je het gaat voelen: de blues, bedoel ik. De melancholie. La tristesse. Het verdriet.
Misschien ga je dat gevoel dan herkennen in zielige liedjes, waardoor die een troostende, helende werking krijgen. Ik weet het niet.
Ik weet wel dat ik vanaf dat moment graag naar zielige liedjes luister. Een greep uit de jaren 90: Hallelujah door Jeff Buckley. Hurt van Nine Inch Nails. Exit Music (for a film) van Radiohead.
Maar ik word ook blij van nieuwe zielige liedjes. Mijn nieuwste favoriete zielige liedje is Ghost of a Smile van de Deense Peder. Wacht, ik zet hem even op.
9. Ouders op sleeën voortgetrokken door kinderen
Meermaals gezien vorige week. De vaders en moeders waren lichtbeschroomd. De kinderen hingen diagonaal aan het koord en ploeterden voort. Telkens maakte het me blij.
Op de slee zitten is leuk. Maar na een tijdje wil iedereen zelf de slee trekken.
10. Mijn snor
Ik kan hem laten staan. Ik kan hem afscheren. Er is een korte tussenfase met veel jeuk. Dat is geen leuke tussenfase. Maar hij is noodzakelijk
Ik wil niet te diep in de snorologie duiken hier.
Maar voor mij zit de aantrekkingskracht van de snor niet in de esthetiek ervan. Is er iets mooi aan een snor? Ik zou het niet weten. Nee, het gaat mij om het spelelement. Spelen met lichaamsbeharing.
Je kan allerlei soorten snorren knippen en scheren. Een foutje is snel gecorrigeerd: gewoon het haar terug laten groeien. Gevorderden nemen ook de baard mee en eventueel de bakkebaarden. Ik ben nog geen gevorderde. Ik ben een snor-amateur.
De Nietzsche vind ik too much. De Dali te eng. De Hitler te fout. De Chiel Montagne is leuk, maar te theatraal voor mij. De Poirot is wel aardig maar misschien een tikje aanstellerig. Ik ga voor de Edgar Allan Poe.
11. Verbasterde boektitels
Er is zo’n populair boekje en dat heet iets als: Dingen die je pas ziet als je ze ziet.
Nee.
Dingen die je pas waardeert als je ze zag?
Dingen die je waardeert als je er de tijd voor neemt?
Dingen die dingen zijn als je ze ziet?
Het is van een Koreaanse boeddhistische monnik en bevat allemaal wijze levenslessen.
Altijd als Irene en ik het erover hebben (wat opvallend vaak is), dan is de titel ons net even ontschoten. En dan verzinnen we iets wat er op lijkt. En dat verzinnen is zo leuk dat we niet meer kunnen stoppen.
We verzinnen al gauw tien nieuwe titels per sessie. Daarna ben ik meestal vergeten waarom ik het erover wilde hebben. Ik word hier zo blij van dat ik het boekje nu vaak alleen maar ter sprake breng, omdat ik dit spelletje zo leuk vind.
Trouwens, het is natuurlijk: Dingen die je pas ziet als ze je blij maken.
12. De handdruk van mijn schoonvader
Ferm is te zacht uitgedrukt. Pijnlijker wordt een handdruk niet. De eerste keer wist ik niet wat me overkwam. Was het een test? Zo jongen, dus jij dacht hier even binnen te vallen en weg te lopen met de hoofdprijs?
Ik stelde me voor aan mijn gloednieuwe schoonvader, en stak mijn hand uit. Hij pakte hem. Toen kneep hij erin. Zo hard als hij kon, leek het. De pijn was niet te negeren. Ik dacht dat ik iets hoorde kraken.
Nou geef ik altijd slappe handjes. Nog steeds. Dus mijn schoonvader kreeg geen enkele tegendruk in zijn hand. Het was een eenzijdige krachtexplosie die daardoor des te harder binnenkwam.
Ik zei niks natuurlijk. Ik was veel te zenuwachtig. Dit was toen allemaal nieuw voor me.
Bij het volgende bezoekje gebeurde hetzelfde. Weer die enorme hand, weer de pijn, weer hoorde ik iets kraken. Het was geen test, het was een gewoonte.
Je went eraan, het wordt een ritueel. Tegenwoordig verheug ik me erop.
Ik ben al 22 jaar bij deze schoonvader. De relatie is er door de jaren heen alleen maar beter op geworden. Als er al momenten van sleur waren, dan werden die altijd direct opgeheven bij de eerstvolgende handdruk. Krak, auw.
Geef iemand vandaag een loeiharde handdruk en kijk wat er gebeurt.



Ik moest giechelen
Ahhh Glory Box ❤️
Lekker geschreven ook. Verorberd tijdens een vlugge ‘tussendoor lunch’