#19 tot #24 Scheten en vandalisme
En 4 andere dingen die me blij maken
Ik weet niet hoe ik het heb kunnen missen, maar gelukkig wees een vriend me erop.
Er is een theatervoorstelling en die heet Every Brilliant Thing en die gaat over een man/jongetje die een lijst maakt met 1000 dingen die hem blij maken. De schrijver van het stuk is Duncan Macmillan.
De voorstelling werd een paar jaar geleden in Nederland gespeeld door Bram Suijker en Tamar van den Dop. Ik heb hem toen niet gezien. Ik wil hem nu heel graag nog zien.
Het jongetje begint aan zijn lijst als hij zeven is, na een zelfmoordpoging van zijn moeder.
Zijn lijst met dingen begint zo:
IJsjes
Watergevechten
Opblijven en tv mogen kijken
De kleur geel
Dingen met strepen
Achtbanen
Mensen die omvallen
Naarmate hij ouder wordt, worden de dingen complexer. Ik las een recensent die het een ‘uplifting play about depression’ noemde.
Mijn moeder heeft nooit een zelfmoordpoging gedaan. Toch maak ik ook een lijst met misschien wel 1000 dingen die me blij maken. Ik denk dat we allemaal een lijst moeten maken met dingen die ons blij maken.
Dit zijn mijn nummer 19 tot en met 24.
19. Een scheet
Van alle lichaamsgeluiden is het domweg de beste. De nies en de hoest zijn gewoon irritant. Knakkende ledenmaten zijn onsmakelijk. De boer is prima, niet ongezond, lekker hard soms en heeft een keur aan klankkleuren. Maar de boer haalt het niet bij de scheet.
Er bestaan mensen die niet blij worden van een scheet. Ik vermoed dat die mensen het leven te serieus nemen en een verhoogde kans op burn-out hebben.
Mijn zus en ik hebben vroeger een uitgebreide categorisering ontwikkeld, die bewees dat de scheet vele verschijningsvormen kent. Een groot deel van de grap van een scheet zit hem in de verrassing. Hoe zal ie zich deze keer kenbaar maken? Een ander deel van de grap zit hem natuurlijk in het taboe-element ervan. Dat lijkt me evident.
Helaas ben ik een flink deel van onze categorieën vergeten. Maar ik herinner me nog deze: floppers, knallers, sissers, stinkers, ploppers, gillers en natte gillers. Zodra we er ergens eentje hoorden of lieten, probeerden we de scheet in de juiste categorie in te delen. Heel soms, en dat waren de beste momenten, bleek dat we een compleet nieuwe categorie in het leven moesten roepen. Waren we toch weer verrast.
Mensen bij wie je zonder gêne een scheet kan laten, om vervolgens te discussiëren over de categorisering ervan, zijn de mensen van wie je echt houdt.
20. Als je na een week opeens ontdekt dat je verkoudheid al lang weg is
En het leek allemaal zo erg en afschuwelijk.
21. IJsklontjes die smelten op je huid
Het kan in je hand zijn. Maar ook op je pols moet je eens proberen. En dan met je andere hand het ijsklontje een beetje ronddraaien, zodat het geen pijn gaat doen.
Op je gezicht kan het ook. Goed om wakker te worden. In je nek is ook fijn. En, nou goed, alle mogelijke andere lichaamsdelen die je maar kan bedenken.
Ik doe dit al een jaar of veertig, omdat het leuk is. Maar pas laatst ontdekte ik dat dit ook echt een ding is. Skin icing heet het in de schoonheidsindustrie. Of face icing als je het op je gezicht doet. Het zou allerlei bewezen voordelen hebben. Het zou goed zijn voor de bloedsomloop. Tegen pukkels. Het zou behulpzaam zijn voor mensen met acne of rosacea.
Skin icing is hot. Allerlei influencers hebben het opgenomen in hun skincare routine. Ik geloof weinig van die helende kwaliteiten. Het is gewoon lekker, dat is het.
Ik geloof ook niet in die ijsbaden die mensen schijnen te moeten nemen. Dat lijkt me trouwens afschuwelijk, een ijsbad. Nee, wat je moet doen is een ijsblokje op je huid laten smelten.
22. Slapen in een pas gewassen bed
Zzzz.
23. De geur van koffie op zondagmorgen
We hebben tegenwoordig een Bialetti. Dat is zo’n Italiaans koffiezetapparaat. Een percolator heet het volgens mij ook. Daarmee zet je koffie op het gasfornuis. Het duurt wat langer dan in een regulier apparaat. Daarom doen we het meestal alleen op zondagochtend.
We doen er dan wat sterkere espressokoffie in. Dat is lekker. Maar wat nog beter is: het ruikt enorm sterk. Het hele huis ruikt dan naar espresso. De geur sijpelt langs de trap naar boven, de slaapkamer in, waar een van ons is blijven liggen.
Het is een waanzinnige geur, die het daadwerkelijke drinken van het kopje koffie erna bijna onnodig maakt. De geur maakt me blijer dan de smaak.
En dat is maar goed ook. Want zo’n kopje is na twee slokken op.
24. Vandalisme
Zevenbergen, 1989. Het is een maandagochtend in de zomervakantie, de dag dat het vuilnis wordt opgehaald. Twee buurjongens leren mij een nieuw spel dat ze vandalisme noemen. Ik ben bijna acht. Ze doen voor hoe het werkt. De ene jongen gooit een vuilniszak leeg op straat. De andere vernielt een spiegel die iemand bij het vuilnis heeft gezet. ‘Vandalisme,’ roepen ze er bij.
Het ziet er indrukwekkend uit en ik wil graag meedoen. Ik begin met een houten stoel. Ik sla hem tegen een stenen muur kapot. De buurjongens vinden het een goed begin. Maar ik ben wel vergeten om ‘Vandalisme!’ te roepen. Dat is belangrijk, benadrukken ze.
Ik ben een snelle leerling. Ik gooi wat lege flessen kapot, terwijl ik onze strijdkreet roep en de jongens roepen met me mee. We laten een spoor van vernieling achter in de buurt. Eerst beperken we ons tot het afval, maar dan zijn ook tuinhekjes, brievenbussen en straatnaambordjes niet meer veilig voor ons. Ik voel me groot en gevaarlijk en het voelt goed. Ik heb me niet eerder zo goed gevoeld.
Maximaal een half uur duurt dat dat gevoel. Dan komen onze moeders ons halen. De buurjongens worden voor mijn ogen geslagen. Mijn moeder neemt me mee naar huis en omhelst me en zegt dat ik nooit meer zoiets mag doen. ’s Avonds eten we mijn lievelingseten.
Laat vandaag een scheet en probeer hem te categoriseren.



Veeel herkenning bij ‘scheten laten’ zulke dingen deden m’n broer (eigenlijk mn ouders ook) en ik toen ook! Hardop moeten lachen.
Wat heerlijk geschreven Vincent. Ik voel helemaal de waardering die je beschrijft!