#58 tot #59 Mijn moeder
En 1 ander ding dat me blij maakt
Afgelopen vrijdag was mijn moeder veertien jaar dood.
Pas de volgende dag realiseerde ik het me. Ik weet niet, ik heb geloof ik niks met data.
Als ik aan mijn moeder denk word ik blij.
Ik denk niet vaak genoeg aan mijn moeder. Soms komt er, schijnbaar uit het niets, een herinnering los. Iets van vroeger. Deze herinneringen komen vaak in een warme nostalgische wolk van sepiakleuren.
Soms is het een realisatie. Mijn zoon gaat in september naar de middelbare school. Dit weekend hebben we de aanmeldingsprocedure doorlopen en zijn favoriete school definitief gemaakt. De realisatie: mijn moeder heeft mijn zoon nooit gezien.
Ik ben een schriftje begonnen met herinneringen aan mijn moeder, omdat het er minder en minder lijken te worden en ik wil ze graag vastleggen, voordat mijn moeder helemaal verdwenen is.
Het blijkt best lastig om dit schriftje te vullen.
Dit staat op de eerste pagina van dat schriftje:
Uiterlijk lijk ik erg op mijn vader. Innerlijk lijk ik erg op mijn moeder. Dat is altijd zo geweest. De hoop dat ik een kind was van andere ouders was al snel vervlogen.
Wie was mijn moeder? Ik heb geen idee. Hoe langer ik nadenk, hoe minder ik over haar weet. Ik kan ook vragen: wie ben ik? Het antwoord op deze vragen zal hetzelfde zijn.
58. Mijn moeder die leert computeren
Mijn moeder heeft nooit een e-mail verstuurd. Nooit een ontvangen ook.
Mijn moeder heeft nooit het internet gezien.
Ze heeft nooit net zo lang gescrold, totdat ze er eindelijk achter kwam dat ze oneindig lang kan scrollen.
Ze heeft nooit ‘bultje in de nek’ kunnen googelen.
Mijn moeder heeft een paar keer in haar leven achter een computer gezeten. Dat was toen mijn vader het niet langer meer kon aanzien. Hij had haar een door hem zelf gegeven thuiscursus computeren aangeboden. Opgedrongen, moet ik zeggen.
Als ze contact met haar kinderen wilde onderhouden, hield hij haar voor, moest ze echt met haar tijd mee. Iedereen zat tegenwoordig op Facebook. Daar moest je zijn.
Mijn moeder wilde daar helemaal niet zijn. Maar ze wilde mijn vader niet teleurstellen. Het leek erg belangrijk voor hem.
De eerste les was op een maandagavond, na haar werk in de fabriek. Ze leerde hoe je een computer aanzet. Dat was ingewikkelder dan ze had verwacht. Er was een wachtwoord. De vraag waar dat wachtwoord voor nodig was, hield ze voor zich. Dan zou het allemaal nog langer duren.
Mijn vader had het wachtwoord op een briefje geschreven en dat op de rand van het scherm geplakt. Dit moest ze overschrijven. Het ging de eerste paar keer mis, want het was niet goed te zien welke letters hoofdletters waren en welke niet.
Omdat het zo langzaam ging, werd mijn vader ongedurig. Mijn moeder voelde zich dom. Ze hoopte dat de cursus snel klaar was.
De volgende avond gingen ze proberen om een e-mail te versturen naar mij. De cursus verliep die avond nog moeizamer dan de vorige.
Mijn vader had een compleet nieuw e-mailadres aangemaakt voor mijn moeder. Dat kon ze voortaan gebruiken. De e-mail moest verzonden worden vanuit Outlook Express, maar mijn moeder snapte daar niks van.
Ze wist niet waar ze moest kijken of klikken. Ze moest zoeken naar elke letter op het toetsenbord. Het voelde alsof ze vijftig jaar later weer op de basisschool zat.
Ze kreeg de e-mail niet verstuurd. Toen mijn vader het zelf probeerde lukte het ook niet. Er bleek iets verkeerd ingesteld te staan voor het nieuwe e-mailadres van mijn moeder.
Ik heb nooit een e-mail ontvangen van mijn moeder.
De cursus computeren is na die avond gestopt.
Toen ik mijn moeder later vroeg of ze er geen spijt van had dat ze niet met me kon e-mailen, zei ze dat dat wel meeviel. Lekker rustig zo, zei ze.
59. Een caissière die het ook allemaal niks meer kan schelen
Mijn dochter wil zelf een cadeau kopen voor haar broer die binnenkort jarig is. We zijn naar het winkelcentrum bij ons in de buurt gegaan. Ze heeft verschillende ideeën. We lopen de HEMA in en uit, dan Kruidvat, dan Intertoys en dan Xenos. Ik hobbel achter haar aan.
Ze stapt snel door de winkels, pakt soms iets uit een schap, kijkt er van verschillende kanten naar en zegt dan: misschien. Ze overweegt haar opties. De laatste keer dat ik in een Xenos was, is misschien wel een decennium geleden. Ik verwonder me over alle nutteloze spullen die ze hebben. En was het hier altijd zo sfeerloos? Het is alsof ik door een verlaten magazijn dwaal.
Mijn dochter pakt een lavalamp van een stapel. Ja, zegt ze, in plaats van: misschien. De lavalampen zijn ook nog afgeprijsd van vijftien naar zeven euro vijftig. Ik hou mijn eerste indruk voor me. Ik hou ook mijn veel praktischere cadeautip voor me. Ze is enthousiast. Dit is echt háár cadeau. We gaan afrekenen.
Ze fluistert naar me dat ze maar zes euro vijftig heeft meegenomen. Ik zeg dat ik de rest bijbetaal. De jonge vrouw achter de kassa kijkt me even aan, als ik vraag of ik de euro die we tekort komen mag pinnen. Ze vraagt of ik een bonnetje wil.
Ja, is goed, zeg ik.
O, zegt ze, want anders is het wel goed zo.
Ah, nee, dan hoef ik geen bonnetje.
Als ie het niet doet, kan je hem zaterdag bij mij komen ruilen, zegt ze. Daarna ben ik er niet meer.
Ik bedank haar, merci. Ze glimlacht naar mij en naar mijn dochter en ik zie dat het haar blij maakt.
De klant achter ons, een vrouw van middelbare leeftijd, hoor ik vragen of deze Xenos voorgoed gaat sluiten. Dat blijkt zo te zijn. Dan vraagt ze of er ergens in de buurt een winkel terugkomt.
Dat weet ik niet, zegt de caissière, en dat kan me niet schelen ook, ik ben klaar hier.
Ze is net ontslagen, realiseer ik me, en dat maakte haar boos. Ze gebruikt haar boosheid om andere mensen blij te maken. Ik vind dat knap.
Schrijf een herinnering aan je moeder op.



Mooi geschreven!