#108 tot #113 Landkaarten en Fort Boyard
En 4 andere dingen die me blij maken
Mijn zoon schrok zich vanochtend een hoedje. Hij herinnerde zich dat hij een topografietoets had, maar was vergeten te leren.
We dachten dat het wel goed zou komen. Dit was een herhaaltoets over Nederland. Hij is goed in topografie, haalt altijd negens en tienen. Het fascineert hem, de ligging van al die plaatsen en hoe het land is opgedeeld.
Het fascineerde mij ook. Nog steeds. Ooit vonden we een ‘kantoorkaart van Nederland’ bij het grofvuil. Die heb ik onlangs weer opgehangen.
Ik word blij van die kaart.
Dit zijn zes andere dingen waar ik blij van word.
108. Landkaarten
Maar ook plattegronden en atlassen en wereldkaarten. Ik kon er vroeger uren naar kijken. Ik bestudeerde ze alsof ze, als je maar genoeg moeite deed, de geheimen en mysteries van de wereld konden verklaren. Ik trok plattegronden over op A4’tjes die ik aan elkaar plakte met plakband. Een bijzonder goed geslaagd exemplaar van het provinciale stadje waar we woonden heb ik eens volledig geplastificeerd met vier rolletjes plakband.
Ik kocht legpuzzels met afbeeldingen van landkaarten, nieuwe en oude van onder anderen Gerard Mercator, een cartograaf uit de 16e eeuw. Dat was een beroep dat ik wel wilde uitoefenen.
Toen mijn ouders nog een auto hadden, lag daarin zo’n enorme autokaart die ik onderweg altijd bekeek. Vooral de nummers van de snelwegen fascineerden me. De volgorde waarin die aan de snelwegen waren gegeven leek onlogisch. Maar ik vermoedde dat er wel degelijk een systeem achter zat. Als ik maar lang genoeg keek.
We reden meestal over de A16. Boven de rivieren kwamen we nooit. Hoe die snelwegen eruit zagen kon ik alleen maar afleiden uit de autokaart. Pas vijfentwintig jaar later, toen ik zelf een auto had, zou ik ze voor het eerst met eigen ogen zien.
Het opvouwen van plattegronden is een kunst op zich. Mijn ouders verstonden die kunst voor geen meter. Trots was ik erop dat ik aan de hand van enkel de vouwlijnen eenvoudig kon achterhalen hoe je een plattegrond terugkreeg in zijn oorspronkelijke staat. Mijn ouders waren niet onder de indruk.
109. Poep- en pieshumor
‘Het scatologische wordt vaak verbannen naar het domein van humor en infantiliteit, waarbij het transgressieve en ontregelende karakter van ontlasting wordt geneutraliseerd door haar degradatie tot de laagste vorm van humor: een universele gemene deler waarvan men aanneemt dat vooral kinderen ervan genieten.‘
Ik deel deze bedenking van literatuurwetenschapper Annabel L. Kim.
110. Een betaalrekening openen voor je kind
Ze worden zo snel groot.
111. De namen van een paar bomen leren kennen, en je meteen een boswachter voelen
‘Kijk, jongens, daar staat een Iep, dat zie ik al meteen.’
112. Voor het eerst in je gloednieuwe kleren buiten lopen
113. Fort Boyard
1991, ik was tien en keek dolgraag naar spelshows op tv. Er kwamen er steeds meer en de spellen en opdrachten werden steeds grootser en gekker. Topentertainment, vond ik. Naast beukers als Rons Honeymoonquiz met Ron Brandsteder en Doet-ie 't of doet-ie 't niet met Peter Jan Rens had je ook Fort Boyard. Mijn lievelings toen. Dat werd gepresenteerd door Bas Westerweel.
In en rond Fort Boyard, een fort midden op zee voor de westkust van Frankrijk, moesten kandidaten allerlei zenuwslopende spellen uitvoeren, om uiteindelijk ‘de schat’ te vinden. Ze moesten lazerstralen ontlopen, door lange krappe doorzichtige buizen kruipen en andere vaak claustrofobische opdrachten uitvoeren. Er waren grote metalen sleutels, sloten die gekraakt moesten worden, echte tijgers en een stel kleine mensen die norse bewakers speelden. Het fort zelf, een kruip-door-sluip-door-plek, en de locatie, omringd door kolkende zee, droegen allemaal bij aan de waanzinnige sfeer.
Ik keek alle afleveringen, zoals deze. Dat ik ervoor mocht opblijven was een mooie bonus. Vorige week las ik dat Bas Westerweel is overleden op 62-jarige leeftijd. Ik dacht aan Fort Boyard en aan opblijven. Dat was 35 jaar geleden. Over 35 jaar ben ik 79. Ik hoop dat ik zolang mag opblijven.
Bestudeer een atlas of landkaart.



"Ik hoop dat ik zolang mag opblijven." komt binnen, heel mooi, dank!